Statische elektriciteit en demonstratie

Statische elektriciteit is een algemeen gebruikte term en één van de potentiële ontstekingsbronnen die beoordeeld dient te worden in explosiegevaarlijke omgevingen.

Vaak wordt statische elektriciteit als verzamelnaam gebruikt, maar bij de beoordeling van ontstekingsrisico’s door statische elektriciteit is het van groot belang om goed te kijken naar de vorm van elektrostatische ontlading die optreedt. Deze wordt mede bepaald door de betreffende materiaaleigenschappen, omgevingsomstandigheden en bijvoorbeeld snelheden. In deze sessie zal uitleg worden gegeven over verschillende opladingsmechanismes, relevante materiaaleigenschappen en met name ook de ontladingsmechanismes, zoals de borstelontlading, vonkontlading en glijborstelontlading.

Statische elektriciteit - borstelontlading

Aan de hand van demonstraties worden de verschillen tussen de ontladingsvormen uitgelegd. De relatie tussen de verschillende ontladingsvormen en explosieve atmosferen met gas of stofmengsels worden hierbij toegelicht. Tot slot wordt uitgelegd hoe statische elektriciteit in de praktijk beoordeeld en getest kan worden. Het meten aan elektrostatisch geladen installatiedelen, het demonsteren van ontladingen en het tonen van de effecten van maatregelen zal voor het nodige spektakel zorgen.

Deze presentatie wordt gegeven door Albert Schuiling en Michiel Bakker.

Michiel Bakker van MIBEX Albert Schuiling

Installatie volgens de IEC 60079-14 – Aarding en vereffening

Tijdens deze sessie worden de verschillen uitgelegd tussen aarding en vereffening aan de hand van praktijkvoorbeelden in explosiegevaarlijke omgevingen.

Vaak worden aarding en potentiaalvereffening door elkaar gebruikt. Maar het zijn wel degelijk twee verschillende dingen en ze dienen verschillende doelen.

Het is belangrijk om de verschillen en achtergronden te kennen om aarding en vereffening op de juiste manier toe te kunnen passen. Aarding is noodzakelijk om opgebouwde elektrostatische lading of elektrische foutstromen veilig af te kunnen voeren naar aarde. Potentiaalvereffening is noodzakelijk om potentiaalverschillen tussen geleidende delen en hierdoor optredende ontstekingsrisico’s door vonkvorming te beperken. Beide hebben dus een ander doel en daarom worden er ook verschillende eisen aan gesteld.

Tijdens de lezing worden de verschillen en de achtergronden van beide termen verder uitgelegd. Dit doen we aan de hand van voorbeelden waarbij we tonen hoe apparatuur geaard en installatiedelen vereffend kunnen worden.

Met name het belang van aarding en vereffening en de voorschriften en eisen volgens de IEC 60079-14 worden uitgebreid uitgelegd en gedemonstreerd.

Deze presentie wordt gehouden door Michiel Bakker.

Michiel Bakker van MIBEX

Atex zonering: Praktijk vs. norm

Hoe stel je een realistische ATEX zonering op die aansluit bij de dagelijkse praktijk en bij de beleving van leidinggevenden en medewerkers?

Aan de hand van een praktijkopstelling in de zaal zal worden toegelicht hoe een ATEX zonering wordt opgesteld. In Nederland en België is de NPR 7910 een bekende methodiek die veelvuldig wordt toegepast. Deze richtlijnen stelt o.a. minimale eisen aan het ventilatiesysteem om vrijkomende gassen en dampen te verdunnen tot onder een explosiegevaarlijke concentratie. Binnen Europa is de  EN-IEC 60079-10-1 geharmoniseerd, wat inhoudt dat alle lidstaten deze norm als valide beschouwen voor het vaststellen van een gevarenzone-indeling. Toch wordt deze norm in de praktijk niet veel gebruikt.

ATEX zonering praktijk vs norm

In de openingssessie van het ATEX Event zal aan de hand van een praktijkopstelling volgens verschillende methodes een gevarenzone-indeling worden opgesteld. Er wordt een beoordeling volgens de NPR 7910-1 uitgevoerd en er wordt een beoordeling volgens de Europese norm EN-IEC 60079-10-1  toegelicht. Overeenkomsten en verschillen in methodiek en in uitkomst zullen daarmee helder worden. Daarnaast wordt bekeken wat het resultaat is wanneer een CFD model of een softwaretool worden toegepast.

Vragen waarop onder andere een antwoord op gekregen wordt zijn:

  • hoe stel je een ATEX zonering vast?
  • wat wordt eigenlijk bedoeld met een ATEX zonering?
  • hoe verhouden onderste explosiegrenzen zich tot andere grenswaarden?
  • moet het ventilatievoud in ruimtes minimaal 4 of 5 zijn?
  • kan niet-gevaarlijk gebied enkel verkregen worden met een redundant ventilatiesysteem?
  • wat is het nut van verificatiemetingen met een LEL of PID meter?
  • moeten “ATEX ruimtes” geheel voorzien worden van Ex-gecertificeerd equipment?

Deze presentatie wordt gehouden door Heinz Pol en Filip Verplaetsen

Heinz Pol van Pol Safety

Filip Verplaetsen van Adinex